toegangspoort

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtuɣɑŋsˌport/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men een gebouw of gebied kan binnengaan
    De toegangspoort van het kasteel werd streng bewaakt.
    Nederland wil de toegangspoort worden voor Amerikaans defensiematerieel dat naar Europese landen vervoerd moet worden.
    Fort Meade ligt vlak bij een grote snelweg in Washington en volgens Amerikaanse media nemen automobilisten af en toe per ongeluk de afslag die naar de toegangspoort leidt.