toegankelijkheid

vrouwelijk (de)/tuˈɣɑŋkələkˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin het mogelijk is toegang tot iets te krijgen
    Dit bevordert de toegankelijkheid tot dit gebouw.
  2. de mate waarin iets begrijpelijk is voor de lezer of toehoorder
  3. informatica (informatica) de mogelijkheden die een gebruiker of moderator heeft om invloed uit te oefenen op de werking van de software
    Een moderator heeft meer toegankelijkheden dan een gewone gebruiker.

Etymologie

*Afgeleid van toegankelijk .