toegankelijkheid
vrouwelijk (de)/tuˈɣɑŋkələkˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin het mogelijk is toegang tot iets te krijgenDit bevordert de toegankelijkheid tot dit gebouw.
- de mate waarin iets begrijpelijk is voor de lezer of toehoorder
- (informatica) de mogelijkheden die een gebruiker of moderator heeft om invloed uit te oefenen op de werking van de softwareEen moderator heeft meer toegankelijkheden dan een gewone gebruiker.
Etymologie
*Afgeleid van toegankelijk .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek