toegestaan

/ˈtuɣəˌstan/

Betekenis

werkwoord
  1. wat mag, geoorloofd
    Een hond is een toegestaan huisdier, mits de andere bewoners er geen last van hebben.

Etymologie

* (van het scheidbare werkwoord), op te vatten als

Vertalingen

Duitserlaubt, zulässig