toegift

vrouwelijk (de)/ˈtuxɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. extra stuk muziek , dans enz. als dank voor het applaus als de voorstelling al is afgelopen
    Eerst na twee toegiften stonden de hoorders den kunstenaars toe, het podium te verlaten.
  2. iets dat als overmaat, als extra gave geschonken wordt

Etymologie

*samenstelling van toe (bijwoord), dat duidt op bijvoeging, en gift (zelfstandig naamwoord): geschenk

Vertalingen

DuitsZugabe, Beilage, Zugabe