toehoorde

Wat is de betekenis van toehoorde?

toehoorde betekent: enkelvoud verleden tijd van toehoren

Betekenis

werkwoord
  1. enkelvoud verleden tijd van toehoren

Voorbeelden van "toehoorde" in een zin

  • ... dat ik toehoorde.
  • ... dat jij toehoorde.

Veelgestelde vragen over toehoorde

Wat is de betekenis van toehoorde?

toehoorde betekent: enkelvoud verleden tijd van toehoren

Hoe gebruik je toehoorde in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik toehoorde.