toer

mannelijk/vrouwelijk (de)/tur/

Wat is de betekenis van toer?

toer betekent: rij, kolom

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rij, kolom
zelfstandig naamwoord
  1. (rond)reis, tour
  2. omwenteling
  3. rij steken naast elkaar
  4. moeilijk, zwaar werk
  5. techniek (techniek) winding waarmee een snoer of kabel om iets heengeslagen wordt
  6. beurt → toerbeurt
  7. dansfiguur
  8. evenhoevigen (evenhoevigen) een zoogdier uit de familie der holhoornigen (Bovidae)

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws