toeristenseizoen

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van toeristenseizoen?

toeristenseizoen betekent: de periode van het jaar dat vakantiegangers iets bezoeken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de periode van het jaar dat vakantiegangers iets bezoeken

Voorbeelden van "toeristenseizoen" in een zin

  • Voor Texel loopt het toeristenseizoen van mei tot september, daarbuiten is het heel rustig op het eiland.

Veelgestelde vragen over toeristenseizoen

Wat is de betekenis van toeristenseizoen?

toeristenseizoen betekent: de periode van het jaar dat vakantiegangers iets bezoeken

Welk woordgeslacht heeft toeristenseizoen?

toeristenseizoen is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van toeristenseizoen?

Synoniemen van toeristenseizoen zijn: vakantieseizoen.

Hoe gebruik je toeristenseizoen in een zin?

Voorbeeld: “Voor Texel loopt het toeristenseizoen van mei tot september, daarbuiten is het heel rustig op het eiland.

Etymologie

*samenstelling van toerist en seizoen