toeslag
mannelijk (de)/ˈtuslɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bonus vanwege een specifieke situatieDe moeder kreeg toeslag om te zorgen voor haar gehandicapte kind.
- aanvullend te betalen bedrag, heffing
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bijgevoegd bedrag’ voor het eerst aangetroffen in 1909
Vertalingen
Engelsbenefit
DuitsZuschlag
Spaanssuplemento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek