toespraak
vrouwelijk (de)/ˈtusprak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een voordracht voor een groter publiekMorgen is er een toespraak op het stadsplein.De Duitse bondskanselier Merz is tijdens een toespraak bij de heropening van een synagoge in München zichtbaar geëmotioneerd geraakt. Dat gebeurde toen hij sprak over gruweldaden van de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook sprak hij over het toenemend antisemitisme in Duitsland.[https://nos.nl/artikel/2582641-tranen-bij-bondskanselier-merz-bij-heropening-synagoge-munchen nos.nl (16 sep 2025)]
Etymologie
*Naamwoord van handeling van toespreken.
Vertalingen
Engelsspeech
Fransdiscours, allocution
DuitsRede
Spaansdiscurso
Poolsprzemówienie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek