toespreken
/ˈtusprekə(n)/
Betekenis
werkwoord
- het woord tot een bepaald iemand of een bepaalde groep richtenHij sprak het bruidspaar toe op de bruiloft.De docent sprak de leerlingen vermanend toe over de slechte resultaten bij het laatste proefwerk.Ook sprak ik mezelf af en toe streng toe en schold mezelf uit als ik weer eens een inschattingsfout had gemaakt.
Vertalingen
Engelsaccost, address
Spaansarengar, dirigir la palabra a, dirigirse a
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek