toestel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een werktuig dat uit meer dan één onderdeel bestaat
    Op een ander toestel zit een rij scherpe punten.
  2. luchtvaart (luchtvaart) vliegtuig, vliegmachine
    Een Stirling, een toestel dat toen vaak voor droppings werd gebruikt.
    Een Stirling, een toestel dat toen vaak voor droppings werd gebruikt.
  3. telecommunicatie, techniek (telecommunicatie) (techniek) telefoon
    'Roep haar maar ' 'Ik ben een leeuw,' brulde Teresa, terwijl ze haar vinger boven de knop van het toestel hield en haar vrije hand als een klauw in de lucht stak.
    ' 'Op Sicilië? Hoezo?' 'Een vriendin in crisis bijstaan,' zeg ik met mijn hand om het toestel zodat Lot me niet kan horen.

Vertalingen

Engelsapparatus, device
Fransappareil, appareil, appareil
DuitsApparat, Gerät, Maschine
Spaansaparato