toestemming

vrouwelijk (de)/ˈtustɛmɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toezegging dat iets geoorloofd is
    Hij vroeg de koning op 2 juni 1841 om toestemming om zijn proefschrift in het Deens in plaats van Latijn in te dienen, twee andere promovendi hadden dat eerder gedaan.
    Alleen op basis van vrijwillige toestemming kan een staat een deel van zijn macht 'kwijtraken' aan een andere staat of aan een samenwerkingsverband van staten.
    Hij had daar toestemming voor gekregen.

Etymologie

* van toestemmen

Vertalingen

Engelsapproval, consent
Fransconsentement
DuitsZustimmung, Einwilligung
Spaanspermiso, autorización