toffee

mannelijk (de)/tɔfe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een taai en zoet snoepje
    Hij heeft een beugel en mag dus geen toffees eten.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snoepje van karamel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1906