tolerantie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bereidheid ander gedrag dan het eigen te dulden
    Terroristische aanslagen zetten de tolerantie onder grote druk.
    de paradox van de tolerantie: onbeperkte tolerantie moet leiden tot het verdwijnen van tolerantie. Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intolerante medemens, dan zal de tolerante mens te gronde gaan, en met hem de tolerantie (Karl Popper) [https://nl.wikipedia.org/wiki/Paradox_van_tolerantie Wikipedia]
  2. de speelruimte die men heeft bij het uitvoeren van een plan of bestek
    Je hebt maar een tolerantie van een tiende milimeter.

Etymologie

*afgeleid van het Franse tolérance () [https://fr.wiktionary.org/wiki/tolérance Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelstolerance
Franstolérance
Spaanstolerancia