Tolhek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hek dat de weg afsluit en pas opengaat als men de tol heeft betaald
    In Een slaafsch en ongezond bedrijf beschrijft hij op welke wijze Amsterdam, Hoorn, Edam, Monnickendam en Purmerend in 1660 een samenwerkingsverband aangingen om het openbaar vervoer tussen hun steden te verbeteren. De stadsbesturen waren bereid diep in de buidel te tasten om voor gezamenlijke rekening de trekvaarten te graven, de jaagpaden voor de paarden aan te leggen, de sluizen te bouwen en de tolhekken te plaatsen. Deze investering kostte de steden elk bijna 100.000 gulden – om over de jaarlijks terugkerende onderhoudskosten nog maar te zwijgen. NRC Cor van der Heijden 16 september 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/09/16/borrelen-op-de-trekschuit-10626727-a1236433 Borrelen op de trekschuit]

Vertalingen

Engelstoll gate