Ton

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vat in de vorm van een cilinder
    Wij hebben een ton in de tuin staan.
  2. scheepvaart (scheepvaart) een tonvormige boei
    Gooi de tonnen even in het water.
  3. eenheid (eenheid) een gewichteenheid van 1000 kilogram, gelijk aan een megagram
    Die container weegt twee ton.
  4. een bedrag van 100.000 aan geld, bijv. 100.000 euro
    Tjeetje, dat huis kost tonnen!
  5. verkeer (verkeer) een afstand van 100.000 kilometer
    Mits goed onderhouden kun je met een gerust hart een auto met 2 ton op de teller kopen.

Etymologie

*[5] betekenis afgeleid van [4], omdat dezelfde getalswaarde wordt gebruikt

Vertalingen

Engelsbarrel, ton, buoy
DuitsTonne
Spaansbarrica, barril, tonel