Ton
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vat in de vorm van een cilinderWij hebben een ton in de tuin staan.
- (scheepvaart) een tonvormige boeiGooi de tonnen even in het water.
- (eenheid) een gewichteenheid van 1000 kilogram, gelijk aan een megagramDie container weegt twee ton.
- een bedrag van 100.000 aan geld, bijv. 100.000 euroTjeetje, dat huis kost tonnen!
- (verkeer) een afstand van 100.000 kilometerMits goed onderhouden kun je met een gerust hart een auto met 2 ton op de teller kopen.
Etymologie
*[5] betekenis afgeleid van [4], omdat dezelfde getalswaarde wordt gebruikt
Vertalingen
Engelsbarrel, ton, buoy
DuitsTonne
Spaansbarrica, barril, tonel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek