toneel
Wat is de betekenis van toneel?
toneel betekent: een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek
Betekenis
- een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek
- kunstvorm die gebruik maakt van [1] om een publiek op een schouwspel te vergasten
- een schouwspel dat zich ontvouwt alsof het een toneelspel was
Voorbeelden van "toneel" in een zin
- Het was maar een klein toneel, maar ze maakten er goed gebruik van.
- 'Ik ben op het toneel al zo vaak getrouwd geweest dat ik het daarbuiten beslist niet wil zijn'.
- Als Thea er oogverblindend uitziet, recht van het toneel van de schouwburg, dan is deze man wel haar tegenpool.
- Het toneel was altijd al zijn grote liefde geweest.
- De tonelen die zich na de machtsovername afspeelden zijn nauwelijks te beschrijven.
Betekenis en uitleg van toneel
Toneel is een vorm van kunst waarbij acteurs op een podium een verhaal vertellen door middel van spel, vaak met behulp van kostuums en decor. Het biedt een unieke ervaring waarin emoties, thema's en verhalen tot leven komen voor het publiek.
Je gebruikt het woord 'toneel' wanneer je verwijst naar theaterproducties, zoals dramas, komedies of musicals. Het kan ook verwijzen naar de fysieke ruimte waarin deze voorstellingen plaats vinden. Vaak wordt toneel geassocieerd met creativiteit en expressie, en speelt het een belangrijke rol in culturele evenementen.
Voorbeelden
- Na maanden van oefenen, stond de hele klas trots op het toneel voor hun eerste grote voorstelling.
- Tijdens het festival kon iedereen genieten van verschillende toneelstukken van lokale theatergroepen.
- De acteur voelde de spanning toen hij het toneel opkwam voor zijn solovoorstelling.
Woordoorsprong
Het woord 'toneel' komt van het Latijnse 'theatrum', wat verwijst naar een plek waar een voorstelling gehouden wordt.
Veelgestelde vragen over toneel
Wat is de betekenis van toneel?
toneel betekent: een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek
Hoeveel betekenissen heeft toneel?
toneel heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft toneel?
toneel is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je toneel in een zin?
Voorbeeld: “Het was maar een klein toneel, maar ze maakten er goed gebruik van.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘podium, verhoging in schouwburg’ voor het eerst aangetroffen in 1539
Uitdrukkingen
- van het toneel verdwijnen — niet meer in de openbaarheid bestaan