toneel

onzijdig (het)/toˈnel/

Wat is de betekenis van toneel?

toneel betekent: een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek
  2. kunstvorm die gebruik maakt van [1] om een publiek op een schouwspel te vergasten
  3. een schouwspel dat zich ontvouwt alsof het een toneelspel was

Voorbeelden van "toneel" in een zin

  • Het was maar een klein toneel, maar ze maakten er goed gebruik van.
  • 'Ik ben op het toneel al zo vaak getrouwd geweest dat ik het daarbuiten beslist niet wil zijn'.
  • Als Thea er oogverblindend uitziet, recht van het toneel van de schouwburg, dan is deze man wel haar tegenpool.
  • Het toneel was altijd al zijn grote liefde geweest.
  • De tonelen die zich na de machtsovername afspeelden zijn nauwelijks te beschrijven.

Etymologie

* In de betekenis van ‘podium, verhoging in schouwburg’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Uitdrukkingen

  • van het toneel verdwijnenniet meer in de openbaarheid bestaan

Vertalingen

Engelsscene, stage, theatre
Spaansescena, escenario, teatro