tongriem
mannelijk (de)/ˈtɔŋrim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- streng onder de voorkant van de tong, frenulum linguae
Uitdrukkingen
- Goed van de tongriem gesneden zijn — precies weten wat te zeggen op het juiste moment, goed kunnen praten en een product kunnen verkopen
Vertalingen
Engelsstring of tongue, frenulum of tongue
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek