tooghanger
mannelijk (de)/ˈtoɣhɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die vaak in het café zitIk hoorde deze grap van een politiek onverdachte tooghanger, nota bene op de avond van 9 oktober zelf, in een drukbeklant café, waar iedereen nerveus door elkaar heen praatte over de electorale godenschemering die zojuist over ons gevallen was.
Etymologie
*samenstellende afleiding van "toog" en "hang"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek