topograaf

mannelijk (de)/topo'ɣraf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, aardrijkskunde (beroep) (aardrijkskunde) peen persoon die geografische gegevens ter plaatse -in het terrein- inwint, verifieert en vastlegt
  2. medisch (medisch) een instrument dat een zeer nauwkeurige driedimensionale scan maakt van de kromming van het hoornvlies

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'topos' (plaats)