topper
mannelijk (de)/ˈtɔpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- succesnummer
- (sport) belangrijke wedstrijd
- uitblinker, topfiguurHet Indiase Davis Cup-team was een familieaangelegenheid. De topper was Vijay Amritraj, die bij wedstrijden gesteund werd door zijn broers Anand en Ashok. Zij stonden voor een dilemma.
- (eendvogels) toppereend, een vogel uit de familie van (zwanen, ganzen en eenden)
- korte damesmantel
Etymologie
*afgeleid van toppen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek