topweek

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. belangrijke of belangrijkste periode van 7 dagen; een periode van 7 dagen met veel successen
    Van Rijsselberghe genoot met volle teugen van zijn tweede opeenvolgende goud in het windsurfen. ,,Ik heb nog nooit zo'n goede serie gevaren, het was een topweek. De kraan stond open en het bleef maar komen. Wat een geweldig gevoel. Tubantia 11-01-17 [https://www.tubantia.nl/sport/goud-me-reet-foto-van-dampende-drol-is-pas-belangrijk~a56dd7a6/ 'Goud? Me reet. Foto van dampende drol is pas belangrijk']
    AS Roma, dat startte met Kevin Strootman, kende een topweek na het bereiken van de laatste vier in de Champions League ten koste van FC Barcelona. Tubantia 15-04-18, [https://www.tubantia.nl/buitenlands-voetbal/lazio-en-roma-ontlopen-elkaar-ook-in-derby-niet~a2511f48/ Lazio en Roma ontlopen elkaar ook in derby niet]
    Kiki Bertens is er niet in geslaagd haar topweek in Madrid een vervolg te geven in Rome. De kersverse nummer 15 van de wereld ging in de eerste ronde van het WTA-toernooi onderuit tegen de Griekse Maria Sakkari: 6-2, 4-6, 6-3. Tubantia 15-05-18 [https://www.tubantia.nl/sport/bertens-gaat-na-superweek-in-madrid-meteen-onderuit-in-rome~acf9b282/ Bertens gaat na superweek in Madrid meteen onderuit in Rome]