tor

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kevers (kevers) benaming voor insecten uit de orde waarvan de vleugels gewoonlijk schuilgaan onder stevige dekbladen
    Er zijn nu heel veel van die torretjes.
  2. straalvinnigen (straalvinnigen) een geslacht van straalvinnige vissen uit de familie van karpers ()

Etymologie

*van Middelnederlands "torre"; in de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1437, cognaat met "tuorre" / "toarre", misschien een (klanknabootsing) van het zoemende geluid tijdens het vliegen

Vertalingen

Engelsbeetle
DuitsKäfer
Spaansescarabajo