torso
mannelijk (de)/ˈtɔrso/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst) (beeldhouwen) vaak klassiek beeld van een lichaam met alleen aanzetten van armen en benen en zonder hoofdDe torso van Belvédère kon in zijn fragmentarische volmaaktheid zelfs figureren in allegorieën van de Schone Kunsten als ‘de Sculptuur’.
- (kunst) (beeldhouwen) beeld van een persoon met alleen het bovenlijf, zonder ledematen, maar met hoofdEr was geen spoor van protserig koper, druk bespannen wanden of draperieën, al stond op een simpel tafeltje wel een bronzen torso van Bismarck.
- (anatomie) lichaam afgezien van hoofd en ledematen, met de nadruk op het bovenste deelHij gespt zijn riem los en trekt verscheidene overhemden en een hemd omhoog. Zijn buik en torso zijn getatoeëerd.
- (figuurlijk) werkstuk dat niet is afgemaaktEn tenslotte is er het door Mozarts vroege einde torso gebleven Requiem.
Etymologie
*van "torso"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek