totaliseren
/totaliˈzerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) getallen, punten bij elkaar optellenHij werd kampioen doordat hij na drie ritten het maximaal aantal punten wist te totaliseren.
- (erga) opgeteld worden tot een totaalDoor afronding totaliseren de percentages niet altijd precies op 100%.
Etymologie
*afgeleid van het Franse totaliser
Vertalingen
Engelstotalize
Franstotaliser
Spaanstotalizar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek