totaliseren

/totaliˈzerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) getallen, punten bij elkaar optellen
    Hij werd kampioen doordat hij na drie ritten het maximaal aantal punten wist te totaliseren.
  2. erga (erga) opgeteld worden tot een totaal
    Door afronding totaliseren de percentages niet altijd precies op 100%.

Etymologie

*afgeleid van het Franse totaliser

Vertalingen

Engelstotalize
Franstotaliser
Spaanstotalizar