tour
mannelijk (de)/tur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rondreis, rondgang, toerHoewel het bij mijn oudste dochter soms lastig was om een afspraak in haar drukke tieneragenda in te plannen, reden we samen naar Groningen om in mijn oude studentenhuis te logeren en zijn we bezig met een tour om in elke provincie een biefstuk te eten.
- (sport) Tour de France
Etymologie
*van """, in de betekenis van ‘rondrit’ aangetroffen vanaf 1667
Vertalingen
Spaansgira
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek