toveren
/ˈtovərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr), (magie) door geheime kracht een bovennatuurlijke invloed uitoefenen
- (ov), (magie) door middel van [1] iets buitengewoons tot stand brengen of geheel vanuit het niets creërenIk kan geen nieuw huis voor je toveren.
Etymologie
* In de betekenis van ‘zwarte kunst beoefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsconjure
Fransensorceler
Duitshexen
Spaanshechizar, embrujar
Portugeesenfeitiçar
Zweedstrolla
Deenstrylle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek