toverstok
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (magie) langwerpig voorwerp waarmee een tovenaar of goochelaar wordt verondersteld te kunnen toverenOm daaräan zekere vorm te geven, en het zelve vervolgens een leevende beweeging toe te brengen door het aanraaken van myn Roede of Toverstok: En op het oogenblik wierd het een klein Hondje, het welk haar nablafte, of een aardig Aapje, waar mede zy zich bezig hield om het zelve allerlei grappen en sprongen te leeren.Als een tovenaar zwaait met zijn toverstokje en daarbij een toverspreuk zegt kunnen er vreemde dingen gebeuren.
Etymologie
* , voor het eerst aangetroffen in 1747, zie de vindplaats hieronder.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek