traanbuis
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een buisvormig orgaan dat overtollig traanvocht afvoert naar het neusslijmvliesEen verstopte traanbuis bij pasgeboren baby's, ook wel dacryostenose genoemd, is een aangeboren afwijking.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelstear duct
Fransconduit lacrymal
DuitsTränennasengang
Spaansconducto lagrimal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek