traanoog

onzijdig (het)/ˈtranox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een oog waaruit tranen druppelen als teken van verdriet
    De oud-Hengelose pakte het EU-logo erbij en liet vervolgens haar creativiteit de vrije loop. Het resultaat: het EU-logo als verdrietig gezichtje met een traanoog. Tubantia 30-06-16 [https://www.tubantia.nl/nieuws/hengelose-in-londen-uit-verdriet-over-brexit-op-bijzondere-manier~a2c41d45/ Hengelose in Londen uit verdriet over Brexit op bijzondere manier]
  2. een vochtig oog waaruit tranen druppelen door een oogaandoening
    Mijn zus Ellen is cabaretière. Haar nieuwe theatershow Horten en Stoten gaat over het dagelijks leed dat wij met ons meedragen aan kwaaltjes. Ze beschrijft haar omgeving waarin iedereen tegenwoordig wel wat heeft; vage klachten variërend van enkelpijn tot traanogen. Ik voel me meteen aangesproken. Heeft ze het nou over mij? De Telegraaf SANDRA SCHUURHOF 01 jun. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1104648/kwaaltjes Kwaaltjes]

Vertalingen

Engelsweep, shed tears