tracédeel

onzijdig (het)/traˈsedel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) deel van het verloop van een bepaalde verbinding door de omgeving, zoals die met een lijn op de kaart kan worden aangegeven
    De ruim vijftig aanwezigen tijdens de informatiebijeenkomst in café-restaurant De Kroon hebben zich donderdagavond niet specifiek uitgesproken voor één van beide varianten voor het tracédeel Reggeweg van de Noord-Zuidverbinding.
    De provincie drong erop aan om het nieuwe tracédeel toch goed te keuren, omdat het plan wel aan het luchtkwaliteitbesluit van 2005 zou voldoen.