trachiet
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruw, grijs uitvloeiingsgesteenteIn de tijd dat de burcht verrees, gebruikten bouwers nauwelijks steen. De huizen waren van hout. Pas in de 13e eeuw deed de baksteen zijn intrede. Daarom is voor de bouw van de Buveburcht tufsteen en trachiet -een grijze steen- gebruikt.
Vertalingen
Engelstrachyte
Spaanstraquita
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek