track
mannelijk (de)/trɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spoor [4], afdrukEen track van de route.
- (muziek) nummer van een album of single
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘spoor van magneetband’ voor het eerst aangetroffen in 1966
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek