trafikant

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van trafikant?

trafikant betekent: tussenpersoon, smokkelaar, handelaar

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tussenpersoon, smokkelaar, handelaar

Voorbeelden van "trafikant" in een zin

  • „De drie hebben bekentenissen als trafikant tussenpersoon) afgelegd”, aldus De Buysscher eerder op de dag. De opdrachtgever, die mogelijk uit het buitenland komt, is nog niet gepakt.
  • “Maar de grote schuldige in het ganse zwarte circuit zijn de trafikanten die als tussenpersoon fungeren”, zegt de woordvoerder van de abdij. “Om hen stokken in de wielen te steken, denken de paters nu na over een nieuw bestelsysteem.”

Etymologie

* afleiding van trafiek