train

Wat is de betekenis van train?

train betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trainen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trainen
  2. gebiedende wijs van trainen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trainen

Voorbeelden van "train" in een zin

  • Ik train.
  • Train!
  • Train je?

Betekenis en uitleg van train

Een 'train' is een vervoermiddel dat over rails rijdt en passagiers of goederen van de ene naar de andere plaats brengt. Het is een efficiënte manier van reizen, vooral over langere afstanden.

Het woord 'train' wordt vaak gebruikt in de context van openbaar vervoer en reizen. Je kunt het gebruiken wanneer je verwijst naar een specifiek type trein, zoals een intercity of een hogesnelheidstrein. Daarnaast kan 'train' ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld in de zin van 'iemand trainen', wat betekent dat je iemand helpt om beter te worden in een bepaalde vaardigheid.

Voorbeelden

  • De trein naar Amsterdam vertrekt om half negen van spoor vijf.
  • Tijdens het weekend besloot ik om met de trein naar een klein dorpje te reizen voor een dagje uit.
  • Hij traint elke dag om zijn hardlooptechniek te verbeteren.

Woordoorsprong

Het woord 'train' komt van het Latijnse 'trahere', wat 'trekken' betekent. Dit sluit aan bij de functie van een trein als een voertuig dat goederen en mensen voorttrekt.

Veelgestelde vragen over train

Wat is de betekenis van train?

train betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trainen

Hoeveel betekenissen heeft train?

train heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je train in een zin?

Voorbeeld: “Ik train.