trajectcontrole
mannelijk/vrouwelijk (de)/traˈjɛ(kt)kɔnˌtrɔːlə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) snelheidscontrole waarbij de tijd wordt gemeten die een voertuig nodig heeft om de afstand tussen twee punten af te leggen waaruit men aldus de gemiddelde snelheid kan afleiden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek