tralala
onzijdig (het)/ˌtralaˈla/
Wat is de betekenis van tralala?
tralala betekent: (gebruikt in liedjes om het opgewekte of spottende karakter te versterken)
Betekenis
tussenwerpsel
- (gebruikt in liedjes om het opgewekte of spottende karakter te versterken)
- (gebruikt om een melodie aan te geven, ook wel als vervanging van tekst die je niet kent)
zelfstandig naamwoord
- woordenloos gezang
- vrolijke stemming
- (figuurlijk) zinloze overdaad
Voorbeelden van "tralala" in een zin
- Elke keer dat Wiesje van Krieken bij ons thuis kwam, zong ik op de wijs van "O zie de morgen krieken, tralala" ‘O zie juffrouw van Krieken tralala’.
- Wel wat maekt die vent alhier?Dat hy komt spelen met zijn Lier,Laet ons drinken, tralala,(…)
- Hoor je dat, Lil? Beethoven, de grootste componist aller tijden... Was ik maar componist geworden, ja, dat had ik moeten worden. Waarom ben je niet bij me? Ik mis je zo... Mooi hè? Hoor je wel? Tralala.
- Zy is my ook op die conditie en voorwaarde, moetje weten, gegevenDat er voor gezongen moest worden; nu, lustig als een man, jou stemmetje mee eens opgeheven!Tra la la la la la lara! Maar wat duyker Jochem! ik hoor noch niet een zier.
- Een liedje uit zijn vooroorlogse jeugd zong hij, liefje rijmde op boterbriefje, en waar hij de woorden niet meer wist zong hij tralala, terwijl hoog in de lucht zijn handen iets kleins en ronds beschreven.
Etymologie
*(klanknabootsing), vergelijk "tralala" en "tra-la-la"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek