traliedeur
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een met stalen spijlen versterkte deurLois keek één keer achterom terwijl ze door de poort met de traliedeur liep, en wat ze zag was Lethe op haar rug in het gras, die omhoogstaarde.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek