trambus
mannelijk (de)/ˈtrɛmbʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange gelede bus met vlakke vloer, gebruikt in het openbaar vervoerDe trambus combineert de troeven van een bus met die van een tram, aldus Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA). Het voertuig is net als een bus flexibel, omdat het niet afhankelijk is van sporen en een bovenleiding, maar het heeft de afmetingen en het comfort van een tram.'We vragen dat er ook wordt meegewerkt aan een optimalisatie van de Brusselse ring en de vergunningen voor de tramlijnen en de trambus die Vlaanderen wilt inleggen naar Brussel. Met aparte ideeën komen we er niet, er is nood aan een breed gedragen en gediversifieerd metropolitane visie op het mobiliteitsbeleid.'
- brievenbus gemonteerd op een tramArtikel 5 verbood ‘het betreden van spoorwegemplacementen en het gebruik maken van elke soort van openbare en particuliere vervoermiddelen’. Het gebruik maken: op het posten van een brief in een trambus stond de doodstraf.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek