tramhuisje
onzijdig (het)/ˈtrɛmhœyʃə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) (verkeer) wachtruimte bij een halte voor bovengronds personenvervoer via rails in de straatEr kwamen flitsende abonnementen- en mediacampagnes, flyeracties, direct mail, veel en opvallende posters op driehoeksborden en in tramhuisjes.Het was al laat op die bewuste avond toen ik bij het eindpunt in het tramhuisje zat.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek