tramrit
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een korte reis met de tramGeen kaartje meer kopen maar met je schoenen je metroritje of tramritje betalen. Dat kan in Berlijn door een samenwerking met het vervoersbedrijf BVG en Adidas. Vanwege de 90ste verjaardag van BVG is een unieke sneaker op de markt gebracht waarin een jaarabonnement voor het openbaar vervoer is verwerkt.de Telegraaf 16 jan. 2018Genieten van een gezellige kaasfondue, terwijl buiten de lichtjes van de binnenstad van Zürich voorbijtrekken. Gasten van de 'Fondue-Tram'krijgen tijdens een 2-uur-durende tramrit door Zwitserlands grootste stad een 3-gangen-fonduediner geserveerdde Telegraaf 08 dec. 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek