woorden
boek
Start
›
T
›
tramspoor
tramspoor
onzijdig (het)
/ˈtrɛmspor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
wegenbouw
(wegenbouw) rails voor vervoer met kleine wagons over gewone wegen
Verwante woorden
tram
Trambaan
trambalkon
trambalkons
trambanen
trambedding
trambedrijf
trambedrijven
trambestuurder
trambestuurders
trambestuurster
trambiljet
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← trams
tramsporen →