trancheren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (huishouden) (kookkunst) in plakken of stukken snijdenDaar op tafel, gebakken in bladerdeeg, lag dus twee kilo vlees te wachten tot het getrancheerd werd.
Etymologie
*afgeleid van het Franse trancher ()
Vertalingen
Engelstrench
Franstrancher
Duitstranchieren
Spaanstrinchar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek