transfer
mannelijk (de)/trɑnsˈfʏːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handeling waarbij de beschikking over iets van de een naar de ander overgaat
- (sport) overgang naar een andere club van een beroepssporter, waarbij het contract met de oude club vervroegd wordt beëindigd volgens daarvoor geldende regels
- (toerisme) vervoer voor gasten van een hotel van en naar een vliegveld
- iets dat wordt gebruikt als middel om iets anders over te brengen
- (financieel) overmaking van geld over landsgrenzen
- (regering) (België) geldstroom van een groot deel van de staat naar een ander groot deel ervan
- (sport) (bridge) bieding in een tussen partners afgesproken kleur om de andere partner te brengen tot een bod in een andere afgesproken kleur
Etymologie
*van """, in de betekenis van ‘overdracht’ aangetroffen vanaf 1912
Vertalingen
Engelstransfer
Spaanstraslado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek