transito
onzijdig (het)/trɑnˈzito/
Wat is de betekenis van transito?
transito betekent: (handel) uitvoer van ingevoerde goederen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) uitvoer van ingevoerde goederen
- verplaatsing door een plaats of gebied heen
Voorbeelden van "transito" in een zin
- De doorvoerhandel door Nederland groeide met 65% en werd relatief minder belangrijk: terwijl de gemiddelde waarde van het transito omstreeks 1850 een kwart van de totale im- en export bedroeg, was zij omstreeks 1870 nog maar een achtste.
- Voor onze Limburgse gouwen fungeerde natuurlijk Aken als filiaal en niets kwam tot bij ons in Haspengouw zonder transito over Maastricht.
Etymologie
*van "transito", in de betekenis "doorvoer van handelswaren" aangetroffen vanaf 1725
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek