transmissie
vrouwelijk (de)/trɑnsˈmɪsi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) constructie waarmee de beweging van een aandrijvend onderdeel wordt overgebracht naar een aangedreven onderdeel, zodat de gewenste richting, snelheid en kracht van de beweging van dit aangedreven onderdeel zo efficiënt mogelijk bereikt wordt
- (medisch) blootstelling aan een ziektekiem
- (telecommunicatie) overzending van gegevens van een zender naar een ontvanger
- (natuurkunde) doorlating van straling of golven
Etymologie
*van Latijn "transmissio" "overtocht", in de betekenis van ‘overbrenging’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Vertalingen
Engelstransmission
Spaanstransmisión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek