transport
onzijdig (het)/trɑnsˈpɔrt/
Wat is de betekenis van transport?
transport betekent: (verkeer) vervoer van voorwerpen, mensen, brandstoffen van een ene naar een andere plaats
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) vervoer van voorwerpen, mensen, brandstoffen van een ene naar een andere plaats
- (telecommunicatie) overbrengen van data van een ene naar een andere plaats
- (boekhouding) overbrengen van een subtotaal naar een volgende bladzijde om daarop een optelling voort te zetten
- (juridisch) overdracht van eigendom of ander recht door het wijzigen van de geregistreerde eigenaar
- vracht
Voorbeelden van "transport" in een zin
- Dit was het moeilijke moment, dat was altijd zo. Nu moest hij zeggen dat de dienst hem helaas riep en dat hij rond lunchtijd al opgehaald zou worden met een geheim transport. Maar dat ze elkaar altijd konden schrijven, dat de oorlog niet eeuwig duurde en dat hij haar onmogelijk zou kunnen vergeten. Ze was natuurlijk wanhopig en vond dat hij haar erin had geluisd.
Etymologie
* van "transport", in de betekenis van ‘het vervoeren, overdracht’ voor het eerst aangetroffen in 1506
Vertalingen
Engelstransport
Franstransport
DuitsTransport
Spaanstransporte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek