traproede
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtrɑprudə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ijzeren staaf waarmee men een traploper op de trap bevestigtDe derde hoofdpersoon is Dirks schaakvriend Niels, bij wie het gebrek aan levensvervulling tweeledig is: een dominee die niet in God gelooft, gevangen in een huwelijk zonder seks. Zijn val is huiselijk: een loszittende traproede. NRC Arjen Fortuin 7 februari 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/02/07/iedereen-valt-maar-wie-krabbelt-op-1343053-a773686 Iedereen valt, maar wie krabbelt op]Leert een kind nu op school nog dat hij glaswerk eerst in lauw zeepsop moet afwassen, met warmer water moet naspoelen en “dadelijk moet afdrogen met een daarvoor bestemden niet pluizigen doek?” Maar wat zou hij zich daarom drukmaken? De afwasmachine levert toch zeker moeiteloos de glanzendste aller vaten af? Leert hij peper in hoekjes van kasten te strooien (tegen motten)? Weet hij dat terpentijn in de kleerkast tegen muizen helpt? En de moeders, hebben die nog een echte schrobber in huis (in plaats van een mop)? Poetsen die de traproeden, zoals de Practische Huisvrouw het leert? Of doen hun werksters dat? NRC Ite Rümke 21 maart 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/03/21/waar-is-de-de-grote-schoonmaak-gebleven-alles-fris-7303638-a60866 Waar is de De Grote Schoonmaak gebleven; Alles fris en nieuw]
Vertalingen
Engelsrod for stair carpet, stair rod
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek