traverseren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. dwarssprongen maken
  2. een gebied doorkruisen of doortrekken
  3. een bergflank zijwaarts oversteken zonder te klimmen of te dalen
    Ik traverseer naar het westen en klim omhoog tot ik weer op de graat sta. Ik ben opgelucht, want aan het helling van de graat zie ik duidelijk dat ik de top onderlangs gepasseerd ben.de Standaard Bart Vos 16 november 1996
  4. peddeltechniek in tegenstroom
    ‘Traverseren’ betekent niet alleen een bergflank in een zijwaartse manoeuvre nemen, het houdt ook in een rivier over te steken zonder stroomafwaarts te geraken.NRC Kester Freriks 6 januari 2007
    Dankzij de techniek van ‘traverseren’ is het mogelijk een sterke tegemoetkomende stroming haaks over te steken, ook is het mogelijk in een hoge golf stil te hangen ten opzichte van de oevers.

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelstraverse