travestie

vrouwelijk (de)/ˌtravɛsˈti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gekleed gaan als een persoon van de andere sekse dan die waar men zelf toe behoort
  2. (bij uitbreiding) vermomming als zodanig
  3. letterkunde (letterkunde) komische herwerking van een serieus gedicht of verhaal, waarbij de inhoud of boodschap wel hetzelfde blijven

Etymologie

* Van het Frans voltooid deelwoord travesti. In de betekenis van ‘verkleding (vooral als andere sekse)’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelstravesty