travestie
vrouwelijk (de)/ˌtravɛsˈti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gekleed gaan als een persoon van de andere sekse dan die waar men zelf toe behoort
- (bij uitbreiding) vermomming als zodanig
- (letterkunde) komische herwerking van een serieus gedicht of verhaal, waarbij de inhoud of boodschap wel hetzelfde blijven
Etymologie
* Van het Frans voltooid deelwoord travesti. In de betekenis van ‘verkleding (vooral als andere sekse)’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Engelstravesty
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek